“Wij zijn de melaatsen van deze tijd.”

Door: Marco de Vries

6-4-2018     

Ik kwam Victor ‘Zorbas’ Arditi tegen toen ik januari 2015 een reportage maakte voor de NTR over de kamerleden Kuzu en Özturk. De twee waren net uit de PvdA gestapt en voor zichzelf begonnen. We liepen even het kamergebouw uit en gingen een broodje eten in een Turks fastfood restaurant. Daar kamen we Victor tegen. Hij bleek de voormannen van het latere Denk goed te kennen en vertelde over zijn eigen ervaringen met integratiebeleid. Vooral geluidsman Amir Bar -zelf opgegroeid in Israël- was gelijk geïnteresseerd en noteerde Victors nummer.

Victor in een van de Turkse koffiehuizen, waar hij het schilderij van Ellen Heij in ontvangst neemt

Twee maanden later zijn we hem samen gaan bezoeken en hebben hem uitvoerig geïnterviewd, vooral over zijn werk in de jaren zestig en zeventig, nog voor hij zich vestigde op Kreta. Daarna bezocht ik hem nog een paar keer. Victor zat vaak in een Turks koffiehuis in de Haagse Schilderswijk. De laatste gastarbeiders van de eerste generatie komen er om domino te spelen. Ze zijn de tachtig gepasseerd, net als Victor zelf was. Bijna elke dag hield hij hier, in de hoek bij de fruitautomaten, audiëntie. Mensen kwamen naar hem toe voor advies en hulp, net als vroeger. “Deze mensen weten nog steeds de weg niet in Nederland”, vertelde Victor: “Ik loop gewoon bij het stadhuis of de woningbouwvereniging naar binnen om een oplossing af te dwingen. Want de overheid laat ze in de steek.”

Roerend in zijn Turkse thee vertelde hij ons zijn bizarre levensverhaal. Hij is geboren in 1930 op het Griekse Rhodos. Zijn moeder was een Turkse jodin, zijn vader had joodse, Italiaanse en Spaanse wortels. Hij groeide op in het Turkse Izmir en na de oorlog verhuisde het gezin naar Israël. Hij trouwde met een Nederlandse vrouw en belandde in het Den Haag van de jaren vijftig.

Victor als kind

Hij had piloot bij de KLM willen worden maar vindt uiteindelijk zijn plek als er meer buitenlanders naar Den Haag komen. In 1963 dienen zich de eerste tien Turkse gastarbeiders aan bij de staalfabriek Van Heyst. Ze komen rechtstreeks uit de Belgische mijnen, zo vertelde het toenmalige hoofd personeelszaken destijds aan de Haagsche courant. De Turken zoeken minder gevaarlijk werk en de Haagse fabrikant van radiatoren en kozijnen kan de arbeidskrachten goed gebruiken. Maar er is een taalprobleem.

De volgende dag belt er een man aan bij de fabriek. Hij draagt een grijze jas en heeft een klein tiroler hoedje op. Hij biedt zich aan als tolk. Het blijkt Victor Arditi te zijn. Hij spreekt Engels, Turks en nog zeker tien andere talen. Hij krijgt een baan als lasser en groeit al snel door als full time tolk. Want Victor kan ook met de Spaanse, Griekse en Italiaanse gastarbeiders communiceren.

Als Van Heyst in 1967 failliet gaat, neemt Victor “zijn mannen” mee naar de Haagse sigarettenfabriek Laurens. “Hij was een ongrijpbare, mysterieuze man”, vertelt een leidinggevende van de fabriek in een ander oud interview: “maar hij zorgde er wel voor dat er Turken kwamen.” Al snel heeft de fabriek bijna een kwart Turkse werknemers. Ze werken hard en zijn nooit ziek. Voor het Suikerfeest krijgen ze vrij en de rollade in het kerstpakket wordt vervangen door een kip. Victor regelt ook een gebedsruimte waar de mannen tijdens de lunchpauze kunnen bidden. Maar het enthousiasme bekoelt als de Turkse minderheid gaat ijveren voor meer gebedspauzes.

Voortaan worden nieuwe werknemers gezocht in Joegoslavië. Victor gaat mee op de wervingsmissie van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid. Het Ministerie heeft eind jaren zestig een speciale afdeling voor “internationale arbeidsbemiddeling”. De ambtenaren van het ministerie reizen zelf af naar de wervingslanden om kandidaten te keuren en te contracteren. Zo worden ruim twintig Joegoslavische vrouwen gecontracteerd als inpakkers. Een andere keer gaat Victor mee naar Spanje om mensen te werven voor de Bataafsche aannemingsmaatschappij (BAM).

Deze Spanjaarden worden aan het werk gezet bij de aanleg van de Maasvlakte. Maar al na een week wordt Victor gebeld. Er is een wilde staking uitgebroken. “Ik er naar toe om te vertalen. Blijkt dat ze bier en wijn eisen bij de lunch. We hebben ze gelijk op de trein naar huis gezet.”

Victor raakt ook betrokken bij de opvang en huisvesting van de gastarbeiders. Want dat wordt een groot probleem. De contractarbeiders komen vaak terecht in dubieuze en brandgevaarlijke pensions rond station Hollands Spoor. Het Ministerie van CRM gaat goede huisvesting en begeleiding van de buitenlandse werknemers opzetten. Victor komt in dienst van een stichting. Al snel blijkt dat de opvang van verschillende nationaliteiten op één locatie leidt tot spanningen en ruzies. Dus moet er voor elke migrantengroep een eigen locatie geregeld worden. Zo is er in Den Haag een “Joegoslavië huis” en een “Proper Turkenhuis.”

Met de groei van het aantal gastarbeiders wordt de rol van Victor steeds belangrijker. Hij coördineert nu een team van maatschappelijk werkers en tolken uit de verschillende migrantengroepen. “Ik was een sleutelfiguur en daarom werd ik ook gevraagd als adviseur voor de beleidsmakers op verschillende ministeries. Als ze iets over buitenlanders wilden weten, kwamen ze naar mij toe. Ik was de man in het veld.”

Ook de buitenlanders zelf weten hem te vinden. Victor begint een reisbureau en restaurant Istanbul aan de Oranjelaan. Daar staat hij de klanten bij met raad en daad. Hij verwijst ze soms door naar een advocaat of tolkt voor hen. Hij bemiddelt bij het realiseren van de eerste Haagse moskee in een leegstaande synagoge. Een druk leven. Victor heeft dan twee kinderen.

Na de oliecrisis van 1973 komt de omslag. De werkgelegenheid loopt terug en in 1975 wordt de werving stopgezet. De officieel geworven gastarbeiders hebben vaak tijdelijke contracten, voor een of twee jaar. Na het contract gaan ze naar huis. Maar in hun kielzog zijn ook tienduizenden illegalen gekomen, de zogenaamde “spontanen”. Zij kwamen tot de crisis gemakkelijk aan werk, soms zwart. Maar nu vliegen ze er als eerste uit.

De politiek discussieert over een generaal pardon en een recht op gezinshereniging. De ambtelijke top van Sociale zaken komt Victor om advies vragen. “Een generaal pardon leek me een slecht idee”, vertelt Victor: “Ik pleitte voor een contract van twee of drie jaar. Als arbeiders na die tijd geïntegreerd bleken, al wat Nederlands spraken en zich konden redden, dan kon je wat mij betreft hun contract verlengen. Degenen die tijdens hun contractperiode niet hadden kunnen aarden, konden beter naar huis. Ze hadden hun geld verdiend en konden hun ervaring goed in eigen land gebruiken. Veel mensen hebben dat ook gedaan. Zo ging het met de meeste Joegoslaven, Spanjaarden en Italianen. Maar toen kwamen de Marokkanen en Turken en zijn we dat opeens vergeten. Die zijn tussen wal en schip beland.”

Arditi adviseerde ook tegen het stimuleren van gezinshereniging. “De mensen hadden helemaal geen huisvesting. Er waren geen huurwoningen en ze konden ook geen hypotheek krijgen. De meesten hebben voor teveel geld een krot in de Schilderswijk gekocht. Die huizen waren toen zo’n 5000 gulden waard. Maar een Turk betaalde al snel 20.000 gulden. De huisjesmelker verstrekte dan zelf de hypotheek. De gezinnen konden dat helemaal niet opbrengen. Dat is heel moeilijk geweest.”

Zijn adviezen vallen niet in goede aarde bij het ministerie. Integendeel. Voor Arditi breekt een zware tijd aan. “Ze vonden mij asociaal. Maar ik was bang voor ghetto-vorming en discriminatie. Vanwege mijn opvattingen viel ik in ongenade. Opeens was ik een vijand voor iedereen. De mensen die ik als tolk had getraind en naar voren geschoven, keerden zich ook tegen mij. Ik was geen echte Turk en kon niet namens de gemeenschap spreken, zeiden ze. Ze maakten me verdacht. Ik kreeg geen opdrachten meer en was totaal afgeschreven.”

Tot overmaat van ramp gaan ook zijn restaurant en reisbureau failliet. De Turkse klantenkring laat het afweten. “Ze verweten me dat ik hen wilde terugsturen. Maar ik wilde hen laten integreren. Als je een wijs man adviseert wordt hij wijzer, luidt een chinees gezegde: Als je een ongeletterde adviseert, wordt hij je vijand. Zo was het ook.”

Als ook zijn huwelijk op de klippen loopt besluit hij te vertrekken. Hij gaat terug naar zijn geboorteland. Op Kreta wordt hij onder de naam Victor Zorbas een lokale beroemdheid en populaire gids, vertelt zijn oudste dochter Esther: “Wij gingen er elke zomer op vakantie. Hij was daar een man met aanzien. Hij had er toch weer wat van gemaakt. Restauranthouders betaalden hem om bij hen te komen eten, omdat hij klanten aantrok.”

Victor wordt gegrepen door Spinalonga, een voormalige leprozenkolonie op een eilandje voor de kust van Kreta. Hij verzorgt rondleidingen en schrijft er boeken over, “Het eiland der verdoemden.” Hij reist de wereld over om het verschijnsel lepra verder te onderzoeken.

Victor praat met een overlevende van Spinalonga

De laatste jaren van zijn leven was hij terug in Den Haag en haalde hij de banden aan met de  Turkse gemeenschap. Mensen kwamen naar hem toe met medische klachten, huurachterstanden en verlopen verblijfsvergunningen. Mensen die na veertig jaar in Nederland opeens op inburgeringscursus moeten. “Bij het stadhuis worden we de deur uitgezet door de beveiliging”, klaagde Victor: ”Ik kom met iemand die is dakloos en heeft geen eten. Dan zeggen ze: bel en maak een afspraak. Dan bel je en zijn er 20 wachtenden voor je. En die man heeft geen eten.”

Vond hij de Nederlandse overheid vroeger te soft, nu meent hij dat het beleid is doorgeslagen naar de andere kant. “Wat ze toen hadden moeten doen, doen ze nu. Maar het is te laat. Je hebt de gelegenheid gegeven aan mensen om niet te integreren. Je hebt dat geaccepteerd. Als ik hier in de tram zit hoor ik 25 verschillende talen om me heen. Wiens schuld is dat? Van de regering.”

Hij was tot het laatst betrokken bij het integratiedebat en identificeerde zich met de sociale problemen van mensen “met een migratie-achtergrond”. Volgens hem was er een parallel met zijn levenswerk over leprozen-kolonies: “Jongeren komen niet aan het werk. Krijgen geen stageplek. Ze worden gediscrimineerd. Vind je het gek dat een kind naar Syrië gaat? Wij zijn niet geaccepteerd in de samenleving. We zijn de melaatsen van deze tijd.”

One Reply to ““Wij zijn de melaatsen van deze tijd.””

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *